Dominantiematrix

Dominantiematrix

Met de dominantiematrix bepalen we de samenstelling van iemands dominantieprofiel. Daarmee kun je te weten komen hoe een kind het beste kan leren of wat er dwars kan zitten. Aansluitend worden adviezen gegeven om het leren te optimaliseren.

Veel voorkomende vragen

Hersenhelften

De linker- en rechterhersenhelft werken samen. Het is zo dat er een voorkeur optreedt, waarbij het kind zich links- of rechtsgericht ontwikkelt. Dit wordt bepaald door de dominantie van de linker- of rechterhersenhelft.


Dominantie van de linkerhersenhelft zorgt ervoor dat iemand van links naar rechts werkt. Dit past precies bij de manier waarop we leren lezen, schrijven en rekenen. Je hebt dan ook talige mogelijkheden en kunt logisch redeneren. Wel mis je het overzicht en kun je soms door de bomen het bos niet meer zien.


Ben je rechtsgericht, omdat de rechterhersenhelft dominant is, dan werk je het liefst van rechts naar links. Tegen de stroom in als het ware. Spiegelingen en verwisselingen kunnen daardoor optreden. Ook kan het daardoor voorkomen dat optellen wel lukt, maar aftrekken een stuk moeilijker is. Het kan ook zo zijn dat rekenen en klokkijken niet makkelijk is, omdat je letterlijk anders tegen de cijfers en getallen aankijkt. Hierdoor schrijf je de b als een d bijvoorbeeld. Tijdsbesef kan zich daardoor moeizamer ontwikkelen dan gewenst. Ruimtelijke begrippen als meer en minder, links en rechts, boven en onder, voor en achter zijn dan verwarrend. Zo kunnen er problemen ontstaan op reken- en taalgebied.

Dominantie in het hele lichaam

Dominantie beperkt zich echter niet alleen tot de hersenhelften. Er is ook nog de oog-, hand-, voet- en oordominantie.


Dan zijn er opeens een heleboel verschillende combinaties mogelijk:
– 16 rechterhersenhelft combinaties
– 16 linkerhersenhelft combinaties


De dominantie van oog, hand, oor en voet bepalen hoe je met auditieve en visuele informatie kunt omgaan. Je leert door bewegen, luisteren, praten kijken of juist doen. Ook is het bepalend of je in stilte bent, juist met anderen of een combinatie daarvan. Ook is het van belang of je beter vooraan of achteraan, links of rechts in de klas moet zitten.


Elk van de 32 mogelijke combinaties zorgt voor een ander functioneringsprofiel. Dit profiel kan weer worden gekoppeld aan de manier van leren en functioneren. Iemand die linksogig, rechtshandig, rechtsvoetig, linksorig en dominant in de linkerhersenhelft is, functioneert echt heel anders dan iemand met hetzelfde dominantiepatroon, maar dan gekoppeld aan de dominante rechterhersenhelft. Een kleine verandering in het dominantieprofiel geeft al een heel ander profiel. Dit kan grote gevolgen hebben voor de leerstijl, interesses, concentratie en gedrag in de klas.


Zou het niet handig zijn als je weet hoe het kind het beste leert? Hoe het kind presteert onder stress of als het juist ontspannen is? Wat is de optimale plek in de klas? Wat kun je verwachten als je het kind in staat stelt om aan het dominantieprofiel tegemoet te komen? Wat kan er worden gedaan om beter te kunnen functioneren op school?

Dominantie